Project maakt gebruikt van in PPL ontwikkeld optimalisatieprogramma GAOS
H
et project ‘Akkerbouw in Groen en Blauw’ (AG&B), gefinancierd door de regio, Provincie Zuid Holland en het Ministerie van EZ gaat het laatste jaar in. Ook in 2013 zullen weer 15 ha akkerranden aangelegd worden met variabele breedte, zodanig dat er een optimaal compromis gesloten wordt tussen de natuurakker en de cultuurakker. Dit wordt gedaan m.b.v. het optimalisatieprogramma GAOS (Geo-Akker-Optimalisatie-Service), dat door HW-akkerbouwers samen met Wageningen Universiteit en Alterra ontwikkeld is met o.a. financiële ondersteuning door het Programma Precisielandbouw (PPL).
Steeds meer akkerbouwers in de Hoeksche Waard en daar buiten zien de voordelen in van het achter de PC plannen van de ideale ‘A-B lijnen’ voor een perceel. In het project AG&B speelt GAOS een belangrijke rol bij het exact in kaart brengen van de ruimtebenutting in het agrarisch cultuurlandschap door akkerbouwers. Het doel van HWodKa is om die ruimte zo goed mogelijk te gelde te maken, voor akkerbouw, voor agrarische natuur en voor waterberging. V.w.b. de akkerbouw wordt in HWodKa-verband op praktijkschaal geëxperimenteerd met de toepassing van Precisielandbouw, met als doel om de vruchtbare kleibodem en de inputs zo goed mogelijk te benutten. Agrarische natuur bestaat o.a. uit een geïntegreerd geheel van sloot, talud en akkerranden tot een groenblauwe dooradering van de cultuurakkers. Met ‘akkerranden’ wordt niet gedoeld op een ecologisch arm grasrandje, maar op multifunctionele natuuraders tussen de cultuurakkers, met dekking en voedsel voor akkervogels, bloemen voor plaagreducerende insecten, bestuivers en voor recreanten, ruimte voor het scouten van gewassen en het beheer van watergangen, etc.
Fotobijschrift: een akkerbouwer met kennis van GAOS werkt samen met een collega aan het inrichten van zijn percelen. Dit jaar gebeurt dat op een interactieve manier, voor een groot scherm bij PPO-Westmaas. De akkerbouwer kan direct zien wat het resultaat is van een optimalisatie en naar wens aanpassingen aanbrengen. Als hij een usb-stick bij zich heeft, kan hij zijn zogenoemde ‘rijkaarten’ gelijk mee naar huis nemen. Als straks het nieuwe groeiseizoen aanbreekt, kan hij zijn beschikbare ruimte en zijn werkbare dagen aldus optimaal benutten.
PSPM van de kaart2 (122)
Het project PSPM van de kaart2 (122) is door de initiatiefnemer HWodka als maatwerkontwikkelverzoek ingediend binnen het thema: Controlled Traffic Farming.
Doel/ resultaat
Het project betreft het verzamelen van geodata van verschillende bronnen op basis van voortschrijdende inzichten, met het doel om die data te gebruiken voor het ontwerp van vra-taakkaarten voor toepassing op praktijkschaal in een hiermee samenhangend PPL3-project. Ook deze opdracht is in november 2012 afgerond.
Download
» Eindverslag: Plaatsspecifiek perceelmanagement van de kaart (2)
H-Wodka organiseert discussie over resultaten ‘Plaats specifiek perceelmanagement van de Kaart in de Hoeksche Waard’
Op 6 december jongstleden waren akkerbouwers, bodem- en gewasspecialisten, onderzoekers en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven bijeen om de resultaten van het PPL project ‘Plaats specifiek perceelmanagement van de Kaart in de Hoeksche Waard’ van initiatiefnemer H-WodKa te bespreken.
Moderne bedrijven in de Hoeksche Waard beschikken over apparatuur om plaats specifiek perceelmanagement toe te passen. Ook zijn zij in staat om taakkaarten te maken om een werktuig plaats specifiek aan te sturen. Problemen door een gebrek aan standaardisatie van uitwisselingsformaten bij communicatie tussen de PC en de trekker en tussen de trekker en het werktuig werden overwonnen. Waar het nu aan ontbreekt is een goede onderbouwing van die taakkaarten. HWodKa houdt zich bezig met poot- en zaaikaarten, strooikaarten en spuitkaarten voor variabele afgifte. Tijdens de discussie werd o.a. gesproken over de informatie die nodig is om een effectieve taakkaart te maken, d.w.z. een taakkaart waarmee de bodem als natuurlijke hulpbron beter wordt benut. De aanwezigen waren eensluidend in hun oordeel, dat de bodemeigenschappen een cruciale rol spelen bij het ontwerp van deze taakkaarten.
Aan de orde kwam vervolgens de vraag: welke bodemeigenschappen relevant zijn en hoe die gemeten worden? Voor het ontwerp van de zaai- en pootkaart heeft HWodKa hoge verwachtingen van de meting van de bewerkbaarheid (in termen van benodigde trekkracht of brandstofgebruik). Ploegweerstandmetingen, waarbij het signaal van de sensor van de trekkrachtregeling werd gelogd, resulteerden in kaarten die een redelijk tot goed beeld gaven van de variatie van de kwaliteit van het zaai- of pootbed. Het instellen van de pootafstand en de zaaidichtheid per zone vergt dan wel weer de nodige ABW (algemene boeren wijsheid).
Voor het ontwerp van een strooi- en een spuitkaart moet nog een goede strategie bedacht worden. Ook hier is de vraag weer: welke bodemeigenschappen zijn relevant en hoe kun je die meten. HWodKa baseert haar strategie vooralsnog op een zonering op basis van een tijdreeks van hoge resolutie wdvi-kaarten en/of opbrengstkaarten, aangevuld met een nadere bodemanalyse per zone. Of voor de zaai-, poot-, strooi- en spuitkaarten dezelfde zones gehanteerd mogen worden is nog een open vraag. Uiteraard spelen de kosten voor het inwinnen van bodeminformatie ook een grote rol, want de marges zijn klein. De aanwezigen spraken de hoop uit dat er een vervolg komt op het Programma Precisie Landbouw. Dat kansen biedt aan innoverende akkerbouwers.
Meer informatie
» Verslag discussie PSPM van de Kaart in de Hoeksche Waard op 6 december 2012
HwodKa optimaliseert de volle planningscyclus vanaf de eerste planning van de perceelsindeling, tot verantwoording na de oogst; mbv precisietechnieken.
HWodKa bereikt dit door een rijpadenplan uit te zetten met GAOS en dit te toetsen; op de beteelde oppervlakte bij een aantal boeren de percelen ‘lek prikken’ met oa BLGG; bij één teler de hogere opbrengst volgen met NDVI meting; en de bodemstructuur met een precisie-penetrometer in kaart brengen.
HwodKa verwerkt de resultaten bij boeren verwerken tot plaatsspecifieke bemestings- en bodemverbeteringsplannen.
De focus daarbij ligt eerst op het verbeteren, homogeen maken van de (bodem)omstandigheden, met name structuurproblemen oplossen (dit is altijd plaatsspecifiek). Later wordt de aansturing aangescherpt door maatregelen in de teelt met precisietechnieken uit te voeren.
Dit is een volgende, logische stap in een proces naar cm-nauwkeurige planning, uitvoering en monitoring (voor optimalisatie van de groeicyclus, administratie en tracking & tracing). Na indeling perceel in natuurakker (incl. teeltvrije zones, etc.) en cultuurakker en rijplan (CTF) volgt taakplan voor het plaatsspecifiek uitvoeren van taken. V.w.b. de kennisontwikkeling t.b.v. taakplan richt HWodKa zich in eerste instantie op het ontwikkelen van methoden voor het plaatsspecifiek verzamelen van relevante informatie over de bodem voor het verklaren van plaatsspecifieke gewasontwikkeling. Het kunnen overlayen van kaarten van verschillende bronnen is een belangrijke kennisvraag.
De verzamelde informatie wordt in eerste instantie gebruikt voor het plaatsspecifiek opheffen van ‘verstoringen’ (storende lagen, nematoden). Vervolgens wordt de kennis gebruikt voor plaatsspecifiek perceelmanagement (PSPM), in de concrete vorm van taakplan. Bij taakplan wordt de informatie omgevormd tot een digitale bewerkingskaart (zaaidichtheid, zaaidiepte, N-basisgift, etc.).
HWodKa speelt een stimulerende rol in het PPL netwerk én maakt er dankbaar gebruik van.